Frankrijk waarschuwde voor militaire vliegtuigen buiten zicht luchtverkeersleiding bij Curaçao

· - leestijd 4 minuten
De betreffende JetBlue flight die ook in oog kwam met een Amerikaans militairtoestel dat zonder transponder vloog
De betreffende JetBlue flight die ook in oog kwam met een Amerikaans militairtoestel dat zonder transponder vloog

WILLEMSTAD – Frankrijk heeft tijdens de Amerikaanse aanval op Venezuela op 3 januari gewaarschuwd voor militaire vliegtuigen die niet zichtbaar waren voor de burgerluchtverkeersleiding in het Caribisch gebied. Daardoor konden verkeersleiders andere vliegtuigen niet altijd informeren over de aanwezigheid van militaire toestellen.


Dat blijkt uit documenten die het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft vrijgegeven na een beroep op de Wet open overheid (Woo). De NOS berichtte al op 14 december over een bijna-botsing tussen een passagiersvliegtuig en een Amerikaans militair tankvliegtuig boven Curaçao, waarbij het militaire toestel niet zichtbaar was op de radar.

De Franse luchtvaartautoriteiten adviseerden maatschappijen grote voorzichtigheid bij vluchten door de vluchtinformatiegebieden van Curaçao, San Juan en Piarco. Piloten kregen ook het advies binnen de operationele mogelijkheden extra brandstof mee te nemen om zo nodig te kunnen uitwijken.

De Franse waarschuwing over militaire vliegtuigen die niet zichtbaar waren voor civiele verkeersleiders had betrekking op het gebied waar Frankrijk luchtverkeersdiensten verleent. Uit de stukken blijkt niet dat dergelijke toestellen op 3 januari daadwerkelijk in het Curaçaose vluchtinformatiegebied vlogen.

NOS meldde eerder bijna-botsingen

Op 14 december meldde de NOS als eerste dat een passagiersvliegtuig van JetBlue tijdens de klim vanaf Curaçao had moeten uitwijken voor een Amerikaans militair tankvliegtuig. Het incident had twee dagen eerder plaatsgevonden.

Uit geluidsopnamen van de communicatie met de Curaçaose luchtverkeersleiding bleek dat de bemanning van vlucht 1112 naar New York haar klim moest afbreken toen het militaire toestel op korte afstand voor het vliegtuig langs vloog.

Volgens de piloten vloog het Amerikaanse toestel zonder ingeschakelde transponder. De Curaçaose luchtverkeersleiding bevestigde dat het militaire vliegtuig niet zichtbaar was op de radar.

Een dag na de eerste bijna-botsing deed zich opnieuw een incident voor. Ditmaal meldde de bemanning van een zakenvliegtuig dat vanuit Aruba was vertrokken dat zij tijdens de klim onverwacht recht op een militair toestel afvloog. Ook dit incident werd door de NOS naar buiten gebracht.

De incidenten leidden tot spoedoverleg tussen luchtvaartmaatschappijen, de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA, de Curaçaose luchtverkeersleiding en internationale luchtvaartorganisaties.

KLM verscherpte vervolgens zijn veiligheidsmaatregelen voor vluchten door het Curaçaose luchtruim. Vliegtuigen moesten voortaan tijdens de hele vlucht door dat gebied extra verlichting voeren.

Op 18 december meldden de regeringen van Curaçao en Aruba dat met de Verenigde Staten afspraken waren gemaakt over het inschakelen van transponders door Amerikaanse militaire vliegtuigen.

Amerikaans vliegverbod

Ruim twee weken later volgden de Amerikaanse aanvallen op Venezuela, waarbij president Nicolás Maduro en zijn echtgenote werden gevangengenomen en naar de Verenigde Staten overgebracht.

De FAA vaardigde op 3 januari een vliegverbod uit voor Amerikaanse burgerluchtvaartoperators in de Curaçao Flight Information Region (FIR). Dat gold op alle vlieghoogtes vanwege veiligheidsrisico’s door militaire activiteiten. Amerikaanse militaire en staatsluchtvaartuigen waren van het verbod uitgezonderd.

De Curaçao FIR omvat een groot deel van het zuidelijke Caribisch gebied en grenst aan het Venezolaanse vluchtinformatiegebied Maiquetía. De luchtverkeersdienstverlening wordt verzorgd door de Curaçaose luchtverkeersleiding.

Het Amerikaanse verbod gold voor Amerikaanse luchtvaartoperators en betekende niet dat het luchtruim voor alle vliegtuigen was gesloten.

Internationale waarschuwingen

Ook andere landen namen maatregelen. Het Verenigd Koninkrijk waarschuwde voor luchtafweergeschut en verhoogde militaire activiteit in Venezuela. Britse maatschappijen moesten rekening houden met risico’s binnen honderd zeemijl van de grens met het Venezolaanse vluchtinformatiegebied.

Canada verbood Canadese luchtvaartoperators boven Venezuela te vliegen en adviseerde voorzichtigheid in aangrenzende gebieden, waaronder de Curaçao FIR. Duitsland, Spanje en het Europese luchtvaartveiligheidsagentschap EASA publiceerden eveneens waarschuwingen.

KLM annuleerde op 3 januari vluchten naar de ABC-eilanden, Sint Maarten en verschillende andere Caribische bestemmingen. Ook TUI en Corendon schrapten vluchten.

Volgens een interne media-analyse van Buitenlandse Zaken werden ongeveer 2.600 KLM-passagiers door de annuleringen getroffen.

De Curaçaose regering liet destijds weten dat het luchtruim niet volledig gesloten was, maar dat sprake was van verhoogde paraatheid. Luchtvaartmaatschappijen moesten zelf beoordelen of zij konden vliegen.

Op 4 januari werden de Amerikaanse beperkingen opgeheven en hervatten maatschappijen hun vluchten naar de eilanden.

Crisisoverleg in Den Haag

De Nederlandse overheid hield op 3 januari crisisoverleg over de Amerikaanse aanvallen en de gevolgen voor de regio.

Bij de informatie-uitwisseling waren onder meer de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie, Binnenlandse Zaken, Infrastructuur en Waterstaat en Justitie en Veiligheid betrokken. Ook vertegenwoordigers van KLM, TUI fly en Corendon ontvingen informatie over de veiligheidssituatie.

Op 4 januari werd aangekondigd dat een stuurgroep Caribisch gebied onder voorzitterschap van Binnenlandse Zaken bijeen zou komen. Defensie en Buitenlandse Zaken zouden daar informatie delen.

Uit de vrijgegeven stukken blijkt niet wanneer de Curaçaose luchtvaartautoriteiten over de internationale veiligheidswaarschuwingen werden geïnformeerd of welke afspraken met de Verenigde Staten waren gemaakt over militaire vliegbewegingen tijdens de aanval.

Diplomatieke informatie geheim

Buitenlandse Zaken heeft naar aanleiding van een Woo-verzoek van 22 juli in totaal 25 documenten gevonden over de gebeurtenissen tussen 1 en 6 januari.

Het ministerie besloot op 6 oktober acht documenten geheel of gedeeltelijk openbaar te maken. De overige zeventien blijven geheim.

Onder de geweigerde stukken bevinden zich Signal-berichten, documenten over overleg tussen deskundigen en correspondentie over extra vluchten naar de ABC-eilanden. Ook delen van de vrijgegeven crisisverslagen zijn weggelakt.

Buitenlandse Zaken beroept zich onder meer op de bescherming van diplomatieke betrekkingen. Volgens het ministerie bevatten de documenten vertrouwelijke informatie over de reacties van andere landen en internationale organisaties op de gebeurtenissen in de Curaçao FIR.

Ook de eigen beoordeling van de gebeurtenissen en de diplomatieke aanpak worden grotendeels niet openbaar gemaakt. Het ministerie stelt dat openbaarmaking de samenwerking met andere landen kan schaden.

Crisisfase afgeschaald

Op 6 januari kwam het Nederlandse crisisoverleg opnieuw bijeen. Volgens het verslag was Delcy Rodríguez inmiddels geïnstalleerd als interim-president van Venezuela. Winkels en benzinestations waren weer open en het straatbeeld was relatief rustig.

Het overleg besloot de crisisaanpak terug te brengen naar de precrisisfase. Een volgend overleg werd gepland voor 13 januari, tenzij de situatie aanleiding gaf eerder bijeen te komen.

De scenarioanalyses waarop de besluitvorming mede was gebaseerd, zijn grotendeels weggelakt.

De openbaar gemaakte documenten vermelden niet welke informatie de Curaçaose luchtverkeersleiding tijdens de Amerikaanse aanval had over militaire vliegbewegingen. Ook wordt niet duidelijk of de afspraken die Curaçao en Aruba in december met de Verenigde Staten bekendmaakten over het gebruik van transponders tijdens de operatie nog van kracht waren en werden nageleefd.


249 keer gelezen

Deel dit artikel: